Broedseizoen 2012


Uitgerekend op het ongelukkigste plekje in onze tuin, besloot de merel haar nest te bouwen. Het leek haar wel wat, midden tussen de blommen van de Klimhortensia. Ze sleepte met takjes, ze trok draadjes uit de voering van mijn hanging basket, hetgeen haar het uiterlijk gaf van een vogel met snor, en met de snavel vol van dat kokosspul vloog ze heen en weer en bouwde zo aan haar nest. Ik presenteerde haar behulpzaam de zachte dotten die dagelijks uit de poezenvacht worden gekamd maar die werden ingepikt door de pimpels die ook aan nestbouw deden. De kleine blauwe vogels zetten hun pootjes bovenop de dot haar, trok die vervolgens met de snavel zorgvuldig uit elkaar en met een prachtige poederdons in de snavel vlogen ze vervolgens naar het nest. Het is werkelijk geen gezicht, vogels met een snor!

Pas toen de merel haar blauw gestippelde eitjes had gelegd en begon te broeden, kreeg ze in de gaten dat het uitgekozen plekje toch niet zo gunstig was. Het lag namelijk juist waar wij de tuin in en uit gingen en van lange mensen passeerden de hoofden het hare als ze zat te broeden. In het begin deden we heel voorzichtig om haar niet te doen schrikken maar al snel gingen we ons weer gedragen alsof we haar niet in de gaten hadden. Zij deed precies hetzelfde en bleef doodstil zitten. Als niemand het horen kon, begon ik haar (rare gewoonte natuurlijk) tijdens het passeren te groeten, waarbij ik even bleef staan om zachtjes te informeren naar de stand van zaken, waarbij ik haar bemoedigend toe sprak. Uiteindelijk moet het geen lolletje zijn om als vrije vogel twee weken nestarrest te hebben.  Ze bleef gewoon zitten en keek me frank en vrij aan met haar ronde glanzende kraalogen.

Op een morgen zag ik haar aan komen vliegen met minuscule, en uit de verte ondefinieerbare hapjes; de eitjes waren dus uitgekomen. Vanaf nu begon ook pa merel zijn taak te vervullen. Ik vind het altijd weer verbazingwekkend hoe zo’n mannetje al die tijd maar wat rondlummelt en liedjes zingt om dan bij de geboorte van zijn kroost meteen weet welke hapjes hij wel of niet moet aanvoeren. Omdat het zo koud was, ging ma regelmatig op haar jongen zitten om ze op te warmen, prachtig. Na enkele dagen was het gebedel van de jonge mereltjes al goed hoorbaar. Toen het echt belachelijk koud ging worden, het was nota bene al juni en ook bijna nachtvorst, besloot ik de merels te helpen met buffalowormen en ei- of opfokvoer . De wormen zijn wat kleiner en zachter dan meelwormen en het zijn rijke bronnen van eiwitten, prima voer voor de jonkies. Dat vonden pa en ma merel wel jofel en al snel gingen ze op de tuintafel met de koppies schuin naar binnen zitten kijken alsof ze wilden aangeven dat er weer voer op de plank moest komen.
Inmiddels zijn de jonge merels uitgevlogen.

De kat is het er niet mee eens dat hij een paar dagen  huisarrest heeft en loopt aldoor hevig te protesteren! Pas als de mereltjes kunnen vliegen, mag hij weer naar buiten, dat is vaste prik. Ondertussen voer ik nog steeds bij want het is koud en nat en pa en ma merel hebben het ontzettend druk. Ze zijn nu zo vertrouwd met mij geworden dat ze bijna uit mijn hand eten. Ach, wat is zoiets toch leuk, je voelt je gewoon een beetje een Eva in het paradijs, alleen besefte die niet wat een geluksvogel ze was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen