Schilderij



In mijn moestuin regeer ik als een tiran
Wie niet luistert wordt onthoofd of uitgetrokken.
Wie gehoorzaamt wordt opgegeten.

Bovenstaande tekst las ik eens op een forum van moestuinders. Hoewel grappig, is het niet mijn adagium. Ik heers niet op mijn moestuin maar ik ben er deelgenoot van. Van de natuur welteverstaan. Had ik tientallen jaren een chaos op de tuin, dit jaar is er enig systeem gekomen. De helft voor de groenten, de andere helft voor sierplanten. De enige strijd die ik er voer is die tegen het kweekgras dat maar niet van wijken weet. Tevergeefs wachtte ik op het legioen vlinders;  er vlogen en vliegen er slechts enkele maar elk insect zal een overdaad aan bloeiende planten aantreffen. Van een plek elders, waar regelmatig gemaaid wordt, heb ik de resterende exemplaren van het Jacobskruiskruid meegenomen en in mijn volkstuin een plek gegund. Volgend jaar dus hopelijk ook de jacobsvlinders en hun mooie rupsen. Aan de natuur daar beleef ik meer lol dan aan de sla en sperziebonen.

Maar goed, ik heb dus ook groenteplanten en die floreren naar wens. Een krop sla wil ik nog wel eens mee naar huis nemen, of een paar verse sappige bietjes, maar er blijft ook het nodige staan omdat ik het niet over mijn hart kan krijgen ze te oogsten. Neem de paarse koolrabi, de sierlijke venkelknol of het onwaarschijnlijk blauw bloeiende komkommerkruid. Zonde om af te snijden want het ziet er zo mooi uit, echt een plaatje! Soms krijg ik opmerkingen van medetuinders: “moet je die koolrabi niet eens oogsten, die wordt veel te groot en te taai als je hem zo lang laat staan. Moet die venkel er niet eens uit, die moet je rooien als de knol zo groot is als een tennisbal. Bij mij is het meer een voetbal. 


De rijtjes sla, zachtgroene bionda, de rode ruccola of de veelkleurige pluksla, ik kan het gewoon niet allemaal van hun wortels rukken, het ziet er zo mooi uit. Dus neem ik hier wat blaadjes, daar wat blaadjes en laat de rest staan. Paksoi groeit er te ver door en staat vervolgens mooi geel te bloeien, tot vreugde van de bijen. Witlof krijgt als je het laat staan de hemelsblauwe bloemen van de chicorei die langs de weg in de berm staat te bloeien, het is dezelfde familie. Bovendien trekken al die planten heel veel leuke insecten aan.


 Maar eindelijk vond ik begrip voor mijn handel en wandel in de volkstuin en ik werd helemaal warm van geluk toen ik het las in een van de landelijke kranten. Daar vertelde een professionele en biologisch werkende beroepstuinder over zijn groentetuin: “het eerste wat ik doe ’s ochtends is over mijn tuin lopen, heen en terug en onderweg bekijk ik alles. Naar hoe het erbij staat, hoe mooi het groeit, daar geniet ik van. Aan oogsten heb ik een hekel want oogsten is snijden en snijden doet pijn. Ik krijg er weliswaar geen fysieke hoofdpijn van maar door te snijden verdwijnt mijn vergezicht, wordt het schilderij verwoest.” Kijk dat is het: “mijn schilderij”! Behalve dat ik nu weet dat ik niet de enige ben die zijn groentetuin zo ervaart voel ik mij ook wederom gesterkt in de opvatting dat hoe ouder een mens wordt, het des te leuker is je steeds minder aan te trekken van wat anderen vinden! Zolang je je maar netjes en beleefd gedraagt en je nooit anderen tot last ben, zei mijn moeder altijd.

7-8-2014
 

1 opmerking:

Sascha van Gelderen zei

Wat een herkenbaar verhaal. Voor mij althans, ik kan ook heel erg genieten van hoe mijn moestuin er uitziet. Maar ja, de boel staat er wel om gegeten te worden... Mooie foto's trouwens.

Een reactie plaatsen